Wetsvoorstel CU stigmatiseert en beangstigt sekswerkers

Sekswerk Nederland (SWN) stelt zich tot doel de positie van sekswerkers in Nederland te versterken en hun arbeidsrechten en mensenrechten te waarborgen. Wij beschouwen sekswerk als werk en sekswerkers als gewone, werkende mensen. SWN sluit zich daarbij aan bij onder andere de Verenigde Naties, Amnesty International en de World Health Organization.

Vanuit dit perspectief spreekt Sekswerk Nederland zich sterk uit tegen het wetsvoorstel van tweede kamerleden Segers, Kooiman en Rebel-Volp.

Stellingname

Gedwongen seks en mensenhandel zijn al strafbaar in Nederland. Dit wetsvoorstel is daarmee geen nieuw instrument om slachtoffers van uitbuiting en mensenhandel helpen.

Het enige daadwerkelijke gevolg van deze wet is een onterechte verhoging van het aantal meldingen van mensenhandel. Dit heeft nadelige gevolgen voor sekswerkers, voor hun klanten én bovenal voor daadwerkelijke slachtoffers van uitbuiting en mensenhandel.

Dit wetsvoorstel stigmatiseert en beangstigt sekswerkers en prostituanten. Het zorgt voor veel minder inzicht in mensenhandel problematiek. Bovendien is deze wet een opmaat naar verdere criminalisatie van sekswerk. En dat is wel het laatste waar sekswerkers op zitten te wachten.

Achtergrond

Er is op dit moment een internationaal debat gaande rond het (il)legaliseren van sekswerk. Bij overheden, conservatief christelijke organisaties en vanuit radicaal feministische hoek is er voorkeur voor criminalisatie. Deze groep stelt dat sekswerk inherent mensonterend is en dat de meeste sekswerkers slachtoffer zijn van uitbuiting en mensenhandel.

Sekswerkers en academici verdedigen het tegendeel. Sekswerk is werk. Sekswerkers zijn gewone, werkende mensen. Een goed startpunt voor meer academische achtergrond is deze open brief van 300 wetenschappers die pleit voor legalisatie van sekswerk.

In Nederland vindt dit debat ook plaats. Organisaties voor en door sekswerkers zoals het Prostitutie Informatie Centrum, Freya Zandpad en Sekswerk Nederland maken zich hard voor een aanpak richting échte legalisatie, vormgegeven in samenwerking met sekswerkers. Daarnaast verdedigen deze organisaties vanuit eigen ervaring dat prostituanten juist betrokken zijn bij sekswerkers en juist aanraking met uitbuiting willen vermijden. Prostituanten zijn gewone mensen op zoek naar een prettige ervaring voor alle betrokken partijen.

Op dit moment zijn slechts zeer specifieke vormen van sekswerk legaal in Nederland. Zelfstandig werken is in de praktijk vaak onmogelijk. De huidige regelgeving maakt sekswerkers afhankelijk van een handvol exploitanten met een monopolie positie in de seksbranche. Deze monopolie positie kan niet worden verbroken omdat nieuwe ondernemers net als zelfstandige sekswerkers vrijwel nooit de juiste vergunningen kunnen krijgen.

Het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel is op zijn minst vreemd te noemen. De CU, SP en PVDA stellen voor om hen die seks hebben met iemand tegen diens wil strafbaar te stellen. Gedwongen seks is echter al strafbaar in Nederland. Of daarbij geld van handen wisselt is irrelevant. Bovendien is mensenhandel en uitbuiting ook al strafbaar.

Dit wetsvoorstel is dus niet een nieuw instrument om sekswerkers te helpen. Daarentegen draagt het wel bij aan de stigmatisering van sekswerkers. Dit wetsvoorstel is geschreven vanuit de aanname dat de meeste vrouwen en mannen in sekswerk gedwongen werken. Dit wetsvoorstel neemt aan dat prostituanten nu niet bereid zijn om gevallen van uitbuiting en mensenhandel te melden. Deze aannames zijn onjuist.

Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen zullen vrijwillige, gewone sekswerkers vaker ten onrechte worden gemeld. Onder de tekenen van mensenhandel in het wetsvoorstel worden onder andere genoemd;

  • Blauwe plekken of striemen bij de sekswerker;
  • Uitingen van afkeer of verdriet;
  • Contact via sekswebsites of via via;
  • Afspraken in vakantiewoningen of tijdelijk bewoonde woonhuizen;

Sekswerkers zijn net normale mensen. Net als normale mensen zal een sekswerker af en toe blauwe plekken of een slecht humeur hebben. Veel sekswerkers adverteren via sekswebsites en recensiewebsites of komen via hun netwerk aan nieuwe contacten. Veel sekswerkers spreken af in woonhuizen, vakantiehuizen en hotels. Dit zijn geen tekenen van mensenhandel.

Nine Kooiman (SP) en Gert-Jan Segers (CU) stellen daarnaast dat deze wet prostituanten moet aanmoedigen om vaker onraad te melden. Prostituanten zijn echter al zeer betrokken bij sekswerkers en doen meestal actief moeite om zich ervan te verzekeren dat ze afspreken met vrijwillige, gewone sekswerkers.

Strafbaar stellen “redelijk vermoeden”

Het wetsvoorstel stelt niet alleen seksueel misbruikers strafbaar. Ook prostituanten die een “redelijk vermoeden” zouden moeten hebben van mensenhandel, moeten dit melden. Een redelijk vermoeden zou een klant moeten hebben wanneer een of meerdere van bovenstaande tekenen van mensenhandel aanwezig is. Wanneer een sekswerker dus adverteert via sekswebsites of een slecht humeur heeft, zijn haar klanten verplicht om haar te melden als mogelijk geval van mensenhandel.

Dit heeft grote gevolgen. Vrijwillige, normale sekswerkers zullen veel vaker gemeld worden bij de politie. Dat terwijl sekswerkers nu al klagen over overdreven controles en gevallen van intimidatie bij onterechte “vermoedens van mensenhandel”.

Daarnaast worden prostituanten zeer kwetsbaar door dit wetsvoorstel. Het is onduidelijk wanneer een prostituant een “redelijk vermoeden” zou moeten hebben.

Ten slotte heeft dit wetsvoorstel grote gevolgen voor daadwerkelijke slachtoffers van seksuele uitbuiting en mensenhandel. Meer onterechte meldingen maken mensenhandel namelijk een minder doorzichtig probleem. Zie ook volgende paragraaf.

Onjuiste cijfers in sekswerk debat

Aanleiding voor dit wetsvoorstel is de onjuiste aanname dat mensenhandel en sekswerk onlosmakelijk verbonden zijn met elkaar. Volgens dit wetsvoorstel werkt 55% van sekswerkers gedwongen. Dit is onwaar.

Het percentage is overgenomen uit de Criminaliteitsbeeldanalyse Seksuele Uitbuiting 2012 van de politie. Dit rapport baseert zich op de registratiecijfers van CoMensha, die gevallen van mogelijke mensenhandel vaststelt. Deze cijfers worden ook gebruikt door de Nationaal Rapporteur Mensenhandel.

CoMensha registreert gevallen van mogelijke mensenhandel. Deze cijfers zijn onbetrouwbaar. Zo worden bijvoorbeeld ‘verdachte gevallen’ bij douane gemeld. In de praktijk betekent het dat migranten sekswerkers meerdere keren worden geregistreerd wanneer ze op vakantie gaan. Eén vrijwillige, normale sekswerkers die twee keer op vakantie gaat is dus al goed voor vier meldingen. Ook worden toeristen uit Oost-Europa zonder verdere aanleiding gemeld als mogelijk geval. Lees ook dit achtergrondstuk van Marijke Vonk over mensenhandel statistieken in Nederland.

Het aantal mogelijke gevallen zegt dus niets over het aantal daadwerkelijke gevallen. Toch gebruikt de Criminaliteitsbeeldanalyse deze getallen. Omdat waarschijnlijk maar zo’n 7,3% van daadwerkelijke gevallen wordt gemeld, zo stelt het rapport, moeten we een veertienvoud nemen van deze cijfers om tot een schatting van het aantal gevallen van daadwerkelijke mensenhandel te komen. Het rapport komt dan uit op zo’n 10.000 gevallen en stelt dat dit zal gaan om zo’n 55% van sekswerkers.

Dus: CoMensha levert getallen van mogelijke gevallen van mensenhandel. De Criminaliteitsbeeldanalyse vermenigvuldigt dit met veertien. Dit cijfer wordt vervolgens gebruikt in het wetsvoorstel om aan te tonen dat 55% van sekswerkers gedwongen werkt!

Vragen? Hella Dee van Sekswerk Nederland is bereikbaar via Twitter en info@sekswerknederland.nl.

 

Share

Share to Facebook
Share to Google Plus

2 thoughts on “Wetsvoorstel CU stigmatiseert en beangstigt sekswerkers

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>